Alledaags geweld

“Ik heb geen geld,” zei ze.
De man in de kamer, ze zag eigenlijk alleen een schaduw, eiste haar pinpas op. “Ik heb geen pinpas.”

“Ik maak je dood,” schreeuwde hij. Dat kon ze ook zonder gehoorapparaat goed verstaan. Hij pakte haar bij haar schouder en schudde haar heen en weer.

“Dat moet je dan maar doen,” zei ze.

De buren vingen haar op. Het was halfdrie ’s nachts en de opgefokte dader was de woning binnengekomen door de sleutel in het slot te steken. De verzekering liet telefonisch weten dat ze niet zouden komen kijken naar de kapotte spulletjes. De politie stuurde na zes weken een brief om haar ervan op de hoogte te stellen dat er geen aanleiding was voor nader onderzoek.

Veiligheid

Het was al jaren daarvoor begonnen. Toen de woningbouwvereniging besloot dat het wooncomplex voor bejaarden moest worden gemoderniseerd. De huismeester, die de tuin verzorgde en lampen verving, werd ontslagen. Bij mijn oma op de gang kwamen geestelijk gehandicapten te wonen. Ex-verslaafden. Asielzoekers die wachtten op gezinshereniging.

“Er is een Iraanse man hier, die mij altijd wil omhelzen,” zei ze. “En mijn brievenbus is weer kapot.”

Ze kwam zelden buiten. Als het heel mooi weer was liep ze met een linnen tasje naar de slijter op de hoek van de straat en kocht een fles port. Het meisje achter de toonbank vroeg dan: “Zal ik hem voor u openmaken?” Want dat kon ze, reuma, allang niet meer.

Ik heb me vaak voorgesteld hoe het eruitzag die nacht. Soms kwam ik bij haar aan de deur en belde ik haar uit bed. Dan stond ze in haar nachtpon. Vijfenveertig kilo. Het nog altijd rossige haar rechtovereind. “Is het al ochtend?” “Het is twee uur ’s middags, oma.”

Vanuit haar stoel bij het raam stond ze in contact met ons en met de kinderen en kleinkinderen van wie ze zich alle namen kon herinneren en van wie ze de ontwikkelingen belangstellend volgde. Als haar naam viel zei al snel iemand: “Nooit een onvertogen woord.” In dat opzicht was ze anders dan iedereen die ik kende. In een lang en moeilijk leven had mijn oma haar menselijkheid ongeschonden bewaard.

Het praten ging moeizaam. Haar gehoorapparaat paste niet in haar oor. “Gewoon doordouwen,” had het meisjes van de thuiszorg gezegd. Wij schreeuwden liever.

“Soms,” zei ze kort voor de overval “Heb ik er helemaal geen zin meer in.”

Zes maanden na het incident hebben we haar begraven. Als het mooi weer is, mis ik haar en als er slecht nieuws komt denk ik: “Dat hoefde ze in elk geval niet meer mee te maken.” Maar ook mijn herinnering wordt beheerst door de gedachte dat het niemand iets kon schelen.

De verslaggever

Dit hele verhaal stond me helder voor de geest toen ik gisteren de column van Folkert Jensma in de NRC las:

“De officier trekt alle registers open. Puur geldbejag en zelfverrijking, om te kunnen drinken en blowen. En hij deed het al „heel vaak”: het is „bijzonder laag” bejaarden die al in een kleine wereld leven aan te vallen en op te zadelen met een trauma. Eén slachtoffer kreeg na de inbraak een hersenbloeding, „mogelijk door de stress”.”
Folkert Jensma in de NRC

De verslaggever suggereert dat er sprake is van goedkoop effectbejag. Vandaar die aanhalingstekens. “Bijzonder laag?” Folkert heeft ergere dingen gezien.

Ik lees het artikel nog een keer. Probeer de feiten van de meningen te scheiden. Het was de makkelijkste manier om aan drank en drugs te komen. Inbreken bij bejaarden. Met de sleutel uit het thuiszorgkastje.

Mijn oma was oud, ziek en moe toen ze door een junk uit haar bed werd getrokken. De echte dader heet: onverschilligheid.

Advertenties

2 gedachtes over “Alledaags geweld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s