De stigma paradox

Wat jammer dat we in Nederland geen site hebben als  Mad in America. Het is een enorme verzameling artikelen met inhoudelijke kritiek op de biologische psychiatrie en veel verhalen van mensen die door ervaring wijs zijn geworden. Ik knap heel vaak op van een bezoek. Redactrice Emily Cutler publiceerde deze week een stuk waarin ze afrekent met de stigma paradox.

Er zijn namelijk twee manieren om iemand met psychische problemen te stigmatiseren. De ene manier is: “Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.” Aanhangers van deze visie gaan ervan uit dat alle psychische problemen een morele oorzaak hebben. Wie depressief is moet gewoon wat leuks gaan doen, wie arbeidsongeschikt is kan aan de bak en wie angstig is moet zichzelf overwinnen.

Zij zijn net als wij

De Australische sociaal-psycholoog Nick Haslam noemt dit het “likeness stigma”. Het voordeel is, dat mensen met problemen niet als afwijkend worden gezien. Wat je probleem ook is, je bent niet anders dan andere mensen. Als je daar zelf in gelooft kun je kracht ontlenen aan dit model. Minder bang zijn voor wat je niet kunt betekent meer energie om je talenten te ontwikkelen.

Maar, zoals Cutler beschrijft, er zit een andere kant aan. Haar artikel gaat over een LGAT, een large group awareness training. Dit zijn intensieve psychologische trainingen die worden aangeboden aan gezonde mensen. Het doel is dat je beter gaat functioneren. De druk op de groep wordt opgevoerd en veel mensen komen in een soort roes terecht, waar grenzen lijken te verdwijnen. (Waarschuwing: Bij sommige mensen leidde dit tot een psychose. Het geloof in jezelf kan blijkbaar absoluut worden.)

Cutlers trainster erkende geen psychiatrische labels. Haar antwoord op beperkingen van cursisten was:

“Zou je het wel kunnen als ik nu een pistool op je hoofd zette? Ja? Vooruit dan!”

Het is een manier om een barrière te nemen, maar wie wil van de vroege ochtend tot de late avond Russische roulette spelen met zijn eigen geest? Cutler uiteindelijk niet. Ze gaat verder met een beschrijving van het “unlikeness stigma”.

Zij zijn volkomen anders

Hier is de psychiatrische patiënt “niet zoals wij”. Het is iemand met een ziekte, die niet denkt zoals wij, niet voelt zoals wij en gebeurtenissen anders beleeft dan wij. Behoorlijk beangstigend voor de omgeving, dus. Kenmerkend voor patiënten is anosognosie: het gebrek aan inzicht in de eigen ziekte. Was er ooit een betere reden voor de omgeving om in te grijpen?

Het unlikeness stigma speelt een grote rol in de psychiatrische praktijk en in de maatschappij. Denk maar eens aan de “verwarde mensen”. Minister Schippers vindt natuurlijk ook dat je mensen die de wet niet hebben overtreden niet zomaar kunt opsluiten. Daar zijn we het over eens. Maar als je ze verward kunt noemen gebeurt er iets geks: dan is die opsluiting plotseling voor hun bestwil. Verwardheid is een containerbegrip dat de overheid de middelen in handen geeft om iemand die niet aan het gevaarscriterium voldoet toch op te bergen – desnoods met geweld.

De minister weet alleen nog niet zeker wie de beoordeling moet doen want het gaat soms om:

“[…] mensen die door hun familie en omgeving als gevaarlijk worden beschouwd, maar dit tijdens een gesprek met een psychiater weten te verhullen.”
bron: de Rijksoverheid

Als ik deze tekst lees krijg ik het gevoel dat de minister overlast wil aanpakken. Ze wil een antwoord vinden op situaties waar je vroeger niets aan kon doen. En dan moeten de mensenrechten blijkbaar maar een beetje flexibel worden geïnterpreteerd. Het is in dit model de omgeving die bepaalt of iemand verward is. De man in de straat, zeg maar. Zo’n manier van werken is alleen maar mogelijk op basis van het unlikeness stigma:

“Jij bent ziek, dus mijn mening is meer waard dan de jouwe.”

Goed dat het een naam heeft

Mensen met problemen voelen zich in eerste instantie vaak opgelucht als de psychiater een diagnose stelt. De moeilijkheden worden dus niet veroorzaakt door een gebrek aan doorzettingsvermogen. Je hebt een ziekte en dat brengt beperkingen met zich mee.

Maar juist het ziektemodel kan een aanleiding zijn voor allerlei vormen van dwang. En het unlikeness stigma ontneemt mensen de mogelijkheden om zich daartegen te verzetten:

  • Wil je geen elektroshock? Dan heb je niet door hoe depressief je bent.
  • We gaan je opsluiten, maar dat is voor je eigen bestwil.
  • Die medicijnen heb je echt nodig, je bent immers bipolair?

Als je eigen baas wilt blijven, ben je dus beter af met het likeness stigma. Dan kun je tenminste aanspraak maken op alle rechten in de zorg. Maar wat dan als je minder energie hebt dan anderen? Als je snel moe wordt van gezelschap? Als de nachtmerries zich aaneenrijgen en je ’s morgens doodmoe bent? Als je regelmatig dood wilt zijn? Als je tandenknarsend moet toegeven dat je beperkingen hebt?

Mijn voorstel is, dat je ook met je beperkingen precies zo bent als alle anderen. Stichting Pandora vroeg in een succesvolle campagne of je “ooit een normaal mens had ontmoet.” Ken jij iemand zonder beperkingen?

Advertenties

2 gedachtes over “De stigma paradox

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s