Droom en realiteit

So you should view this fleeting world —
A star at dawn, a bubble in a stream,
A flash of lightening in a summer cloud,
A flickering lamp, a phantom, and a dream.

(Fragment uit de Diamantsoetra)

Psychiater Edward Podvoll schreef een interessant artikel over de droomervaring: “The experience of dreaming and the practice of awareness.” Droom en werkelijkheid zijn belangrijke thema’s in het boeddhisme, maar Podvoll gebruikt zijn beschrijving van het dromen om ons eraan te herinneren dat ervaringen van extreme verwarring en chaos (zoals bij psychose) nauw verwant zijn aan de ervaringen uit ons dagelijks bestaan. Lees het stuk vooral helemaal; voor dit blog wil ik er kort iets over vertellen.

De boeddhistische leraar Thich Nhat Thanh geeft het volgende commentaar bij het fragment uit de Diamantsoetra:

“We may think that we have already grasped reality, but, in fact, we are only grasping its fleeting images. If we look deeply into things, we will be able to free ourselves from the illusion.” Thich Nhat Thanh

Veel mensen zien het boeddhisme als een religie, waarvan de volgelingen zich willen bevrijden van het lijden door een staat van verlichting te bereiken. Maar het boeddhisme is ook een praktische filosofie. Het kan een manier van leven of een oefening zijn, helemaal zonder goeroe of tijdrovende rituelen. Het succes van mindfulness is daar een voorbeeld van. Door toepassing van boeddhistische technieken kunnen we met meer aandacht kijken naar onze eigen denkprocessen en de wereld om ons heen. “De microscoop van de meditatie” noemt Podvoll dat. Zijn droomartikel is duidelijk geïnspireerd door de boeddhistische filosofie en zijn meditatiepraktijk. Hij vindt daarin de ondersteuning die hij nodig heeft voor zijn werk als psychotherapeut.

Als we onze dromen analyseren, beginnen we aan een eindeloos proces. De droomervaring leidt tot projecties. Dat gebeurt terwijl we dromen èn als we eraan terugdenken.”

Podvoll maakt voor zijn droomanalyse geen gebruik van symbolische betekenissen. Het gaat hem om de droom als bewustzijnstoestand. Hij schetst een levendig beeld van een nachtmerrie en zegt:

“De nachtmerrie is een extreme droom. Tegelijkertijd toont ze een fundamenteel aspect van dromen, namelijk de intensiteit waarmee we volledig overtuigd kunnen raken van wat onze geest creëert.”

Er is dus enerzijds ons droombeeld en anderzijds onze overtuiging dat het hier om een echte ervaring gaat. We ervaren intense emoties, terwijl ons lichaam op dat moment verdoofd is. De signalen uit de buitenwereld komen verstoord door: hevige prikkels kunnen ertoe leiden dat we ons bedreigd voelen en dat er paranoïde ervaringen ontstaan.

Wanneer zijn we wakker?

De droom is een volkomen normale ervaring. De snelheid waarmee we overtuigd raken dat de ervaringen die de geest ons voortovert “echt” zijn, is echter wel een punt van zorg.

Ook overdag kunnen we een droomachtige ervaring hebben:

“Het kleurenspel, licht en schaduw, vreemde beelden op de muur, onbekende mensen, een ontbreken van achtergrondgeluiden. Deze dingen hebben we in onze dromen gezien en we geloofden dat het onze meest intieme en echte ervaringen waren.”

Wakker worden is, net als dromen, een proces. Het begint met een ervaring van leegte, dan komen de gedachten binnen. We vinden ons lichaam terug, ons bed, het uitzicht uit ons raam. “Oh, gelukkig. Dit ben ik.”

Pas als we merken dat we iets willen, vallen we weer helemaal samen met onszelf. De droombeelden desintegreren als we proberen om ze vast te houden. Ons geheugen puzzelt onze herinneringen telkens opnieuw in elkaar, uit losse fragmenten van eerdere ervaringen. Ook als we ons richten op één bepaald beeld, merken we dat het niet solide is. Wat in de droom bijzonder levendig leek, is het resultaat van talloze manipulaties.

Er verschijnt dus een samengestelde figuur, deze is overtuigend, we zien hem in een onafhankelijke verschijning veranderen en we reageren erop. De overeenkomsten tussen het proces van een droom en een waanbeeld zijn hier opvallend. Dat geldt ook voor de intensiteit van de ervaring en het verlies van contact met het lichaam en de omgeving.

En, zegt het boeddhisme: “Daar houdt het niet op.”

Want ook onze “realiteit” blijkt een patchwork van fragmenten te zijn. Alleen onze overtuiging maakt het “echt”. In feite vertellen we onszelf zowel wakend als slapend verhaaltjes.

An evening dream — everything must have been an illusion;
I cannot explain even one part of what I saw.
Yet in the dream it seemed as if truth were in front of my eyes.
This morning, awake, is it not the same dream?
Ryoken (zenmeester, geciteerd door Podvoll)

Soms lukt het niet goed om onszelf terug te vinden. Dat is een bijzonder angstwekkende ervaring, die kan samenhangen met psychose of bijvoorbeeld met drugsgebruik.

De toestanden van ons bewustzijn

In feite zijn er veel verschillende bewustzijnstoestanden, die naadloos in elkaar overgaan. We kennen de droom, de dagdroom, de roes van dronkenschap. Anderen hebben epileptische aanvallen of migraines. Er zijn hypnotische en medicinale trances, er is coma en yoga. Er zijn ervaringen onder invloed van drugs of medicijnen en verschillende vormen van hersenletsel. In al deze toestanden is er sprake van hersenactiviteit en doet het droomproces zich voor. We stellen ervaringen samen en overtuigen onszelf. En dat gebeurt volledig automatisch. Je zou kunnen zeggen dat we ons zelf steeds opnieuw dromen.

“No strict and simple demarcation can be made between waking and dreaming.”

Net als de droom is ons “zelf” een samenraapsel van fragmenten. Het voortdurend uit-elkaar-vallen en weer opbouwen van ons zelfbeeld is een doodnormaal fenomeen. Je zou kunnen zeggen dat ons “zelf” voortdurend stroomt. En dat geldt ook voor onze overtuigingen, emoties en concepten. Ons zelf is eigenlijk meer ons idee van een zelf. En dat idee van een vaststaand zelf leidt tot een voortdurende stroom van overtuigingen over de werkelijkheid. (Wie dit te filosofisch vindt mag het meteen weer vergeten.)

Ons dagelijks leven heeft droomachtige kwaliteiten, maar onze dromen hebben “wakkere” momenten. Naar analogie van het droomproces, kent ook de psychose “eilandjes van helderheid” (een term van Podvoll).

“Het talent en het gemak waarmee de therapeut aansluiting vindt bij de lucide momenten van de patiënt is de sleutel tot het herstelproces.”

Om die wakkere momenten op te merken, moet de therapeut zijn bewustzijn (awareness) trainen. Dat kan hij bijvoorbeeld door meditatie doen, maar ook door tijdens het contact met de cliënt bewust te blijven van wat hijzelf ervaart. Dat lijkt bijzonder ingewikkeld, maar als de therapeut zich niet bewust is van zijn eigen processen, laat hij zich leiden door zijn eigen droombeelden en overtuigingen. De cliënt verdwijnt dan naar de achtergrond.

Deze manier van werken wordt door Podvoll “contemplatieve therapie” genoemd. Het Windhorse-project is mede vanuit deze visie opgezet. Een eerdere blogpost over die benadering vind je hier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s