Filosofie als therapie?

Misschien was dat zijn eerste fout: Lou Marinoff wilde filosofie verkopen aan de massa. Hij deed dat in de vorm van een zelfhulpboek. In 1999 verscheen “Geen Pillen Maar Plato!“. Zoals elk ander zelfhulpboek biedt het een waaier aan succesverhalen en een eenvoudige methode: PEACE. Lou Marinoff noemt filosofen, zenmeesters, kerkvaders en de I Ching als mogelijke inspiratiebronnen. De filosofische counselor is echter geen omgevallen boekenkast. Hij analyseert het probleem en biedt inzichten waar de cliënt over na kan denken, vaak in de vorm van bibliotherapie. De filosoof geeft geen antwoorden. Die moet je zelf ontdekken.

Bij dit type filosofische counseling gaat de cliënt door vijf fasen:

  1. Probleemherkenning
  2. Expressie van emoties
  3. Analyseren van opties
  4. Contemplatie
  5. Evenwicht

Marinoff stelt dat de eerste drie fasen in elke vorm van psychotherapie aan de orde komen. Veel cliënten kunnen hun probleem prima beschrijven en analyseren, maar na fase 3 lopen ze vast. De meerwaarde van de filosofische counseling zit in fase 4. De filosoof helpt de cliënt bij de contemplatie. Dat is een verwarrende term. Marinoff doelt op beschouwing, maar inmiddels betekent contemplatie eerder een religieuze vorm van meditatie dan de systematische denkkracht die je van een filosoof verwacht.

Ik geef een uitgeklede casus om te laten zien wat er nu eigenlijk gebeurt in fase 4.

  1. Probleem: Ik heb het niet naar mijn zin op mijn werk.
  2. Emoties: Daar word ik verdrietig en boos van. Ik heb last van stress. Het maakt me ook onzeker.
  3. Analyse: Ik wil dit niet meer. Mogelijke oplossingen: Ik kan yogalessen nemen of citalopram gaan slikken of mijn baan opgeven.

Veel mensen blijven op dit punt steken. Als ik mijn baan opgeef, waar moet ik dan van leven? Ik heb helemaal geen tijd voor yoga en over citalopram hoor je veel enge verhalen. Alle oplossingen die ik kan bedenken brengen hun eigen problemen met zich mee. Rustig nadenken is ook al niet makkelijk vanwege de stress, de vermoeidheid en de emoties. Zo leidt een probleem vaak tot een kokervisie.

In de contemplatiefase zet de filosoof de ramen wijdopen. Hij plaatst het probleem in een groter kader. Als ik ben opgegroeid met het bijbelse ‘wie niet werkt, zal ook niet eten’ pareert de counselor dat met Nietzsche’s ‘wie niet driekwart van zijn dag ter vrije besteding heeft, is een slaaf’. Dit maakt de weg vrij voor andersoortige oplossingen. Waarom werk ik eigenlijk zo hard? Hoe ben ik in deze baan terechtgekomen? Wat zou ik liever willen doen?

In een typisch zelfhulpboek besluit de vergadertijger dat ze voortaan Nepalese momo’s wil verkopen vanuit een kleurrijk busje dat ze elke middagpauze voor het glanzende kantoor van haar vorige werkgever parkeert. Zo wordt het gewenste nieuwe evenwicht bereikt.

Maar is dit filosofische counseling? Een recensent op bol.com omschrijft het als provocatieve coaching of een vorm van cognitieve therapie met een filosofisch sausje. De kritiek van filosofisch counselor Schlomit C. Schuster gaat nog veel verder. Hij vraagt zich af wat Marinoff gedaan heeft met het werk van de eerste filosofische counselor, Gerd B. Achenbach. Daarover meer in een volgend artikel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s