Maand: juli 2016

Japanse zenuwen

Is een depressie in Japan hetzelfde als een depressie in de Verenigde Staten? Volgens Ethan Watters zouden we dat aan antropologen moeten vragen. Voor zijn boek “Crazy like us” bezocht hij Japan, Zanzibar, Hongkong en Sri Lanka om zicht te krijgen op de subtiele manier waarop ziekte, cultuur en media op elkaar inwerken. Het laatste hoofdstuk gaat over GlaxoSmithKline, het bedrijf dat de Japanners antidepressiva wilde verkopen: om dat te doen moest eerst een ziektebeeld worden geëxporteerd.

Junko Kitanaka onderzocht de manier waarop de benadering van depressie volgens de DSM-criteria naar Japan kwam.

“Culturen zijn het meest vatbaar voor ideeën van buiten […] in perioden van sociale veranderingen en onrust.”
Junko Kitanaka, geciteerd in: Ethan Watters “Crazy like us”, uitgeverij Robinson, 2010

In haar boek Depression in Japan vertelt Kitanaka over de geschiedenis van een andere ziekte, neurasthenie.

Aan het eind van de Edoperiode was het Japanse concept van ziekte en gezondheid een samenhang tussen dieet, zelfbeheersing, lichamelijke oefening en seksuele beperking. Alles draaide om sociale gezondheid, met de nadruk op moraal, cultuur en opvoeding. Lang leven en het beheersen van ziekte waren minder belangrijk dan sociale verhoudingen. Dat veranderde door een grote cholera-epidemie. De Japanse overheid nam haar toevlucht tot westerse gezondheidszorg en voerde een systeem van overheidscontrole in. Psychiatrische ziekten waren in deze periode beperkt tot psychose, manisch-depressiviteit en schizofrenie. In navolging van Duitse psychiaters geloofden veel Japanners dat

“zulke dramatische ziekten veroorzaakt werden door stoornissen in de hersenen of het zenuwstelsel en waarschijnlijk het gevolg van erfelijke aandoeningen.” Junko Kitanaka, (zie hierboven)

Alledaagse stress werd tot aan het begin van de 20e eeuw niet in verband gebracht met ziekte. Maar dat veranderde door de opkomst van de neurasthenie, die volgens Kitanaka een naam gaf aan de beginnende angst als gevolg van de industrialisatie en de urbanisatie.

Het is een thema dat steeds terugkeert in “Crazy like us”. Wie getraumatiseerd is of zich gestresst, angstig en ongelukkig voelt zal die malaise moeten vertalen naar de cultuur en de tijd. [Volgens de schrijver gebeurt dit onbewust. Ik denk eerder dat de dokter uit het verhaal van de cliënt een aantal betekenisvolle symptomen kiest en daar een diagnose aan koppelt. Die wordt overgenomen door de cliënt, waarna deze zich gaat gedragen naar zijn of haar label. Zelfdiagnose en invloed van reclame spelen hierbij een steeds grotere rol. Soms gaat de cliënt naar de huisarts om zijn eigen indruk bevestigd te krijgen.]

Het is al heel lang bekend dat psychische klachten tot uiting komen in de taal van de heersende cultuur, waardoor een Amerikaan misschien zal denken dat de CIA hem afluistert, terwijl iemand van Zanzibar de boze geest van een overleden familielid als oorzaak aanwijst. De cultuur verandert voortdurend. Ziektes worden geboren, nemen epidemisch vormen aan, om daarna spoorloos te verdwijnen. Het is alsof de gebruikelijke oorzaken van menselijke ellende zich steeds opnieuw ontpoppen tot een kleurrijke eendagsvlieg. Het lastige is, dat wij denken dat we op de top van de piramide zitten, waar we het landschap goed kunnen overzien.

De westerse visie op ziekte en gezondheid is, onder andere via ontwikkelingshulp, naar veel landen geëxporteerd. Als het gaat om de bestrijding van infectieziekten en malaria is dat heel nuttig, maar de samenhang tussen cultuur en ziekte is nergens zo ingewikkeld als in de psychiatrie. Juist daar kun je je afvragen of de universele adoptie van het biologische model en de DSM schade toebrengt. Bijvoorbeeld door stigmatisering, die van een familielid met problemen een beschadigd mens kan maken.

Volgens sommigen is het nuttig en nodig om psychische ziekten terug te brengen tot hun meest basale kenmerken, omdat die universeel zouden zijn. Psychiaters hoeven zich dan niet te verdiepen in de cultuur en de overtuigingen van hun cliënten.

Maar is het werkelijk zo simpel?

Volgens antropologen biedt de cultuur niet alleen een symptomenpool, maar ook een betekenis. Juist die betekenis is essentieel voor de manier waarop we naar zieke mensen kijken. Die bepaalt of iemand wordt bewonderd of buitengesloten. Dat wordt zichtbaar als we kijken naar de manier waarop het begrip neurasthenie in Japan werd opgepakt.

“De aanname was, dat mensen in posities waar zware intellectuele arbeid werd verricht hun zenuwen gevaarlijk belastten.” Junko Kitanaka (zie hierboven)

De ziekte was aanvankelijk een aandoening van de elite. Er kwamen symptomenlijsten, artikelen en boeken, waardoor mensen zichzelf konden diagnosticeren. Het resultaat was dat neurasthenie de nationale ziekte van Japan werd.

In 1903 pleegde Misao Fujimura, student, zelfmoord. Japanse kunstenaars en intellectuelen beschouwden zo’n zelfmoord als betekenisvol. Het was de daad van een talentvolle jongeman die niet kon leven met de eisen, compromissen en conflicten van de moderne tijd. Zijn zelfmoord was een gevolg van de puurheid van het Japanse karakter.

Maar deze zelfmoord betekende een politiek omslagpunt:

“Zulke mensen, met hun zwakke geest, zouden zelfs schade toebrengen als ze bleven leven,” Shigenobu Okuma, cit. Junko Kitanaka (zie hierboven)

Psychiaters reageerden op de aanzet tot een cultuurverandering. Voortaan maakten ze onderscheid tussen ‘echte neurasthenie’ en mensen die gewoon zwakke zenuwen hadden. Het leek erop dat:

“de acceptatie van neurasthenie zo succesvol was, dat psychiaters zich genoodzaakt voeden om deze geestesstoornis te restigmatiseren, zodat ze door minder mensen zou worden geadopteerd.” Junko Kitakaka (zie hierboven)

Na de Tweede Wereldoorlog verklaarde een nieuwe generatie psychiaters dat de epidemie voorbij was. Mensen met neurasthenie hadden een verkeerde diagnose gekregen, of ze waren gewoon te lui om te werken.

Met de dood van deze eendagsvlieg is het mechanisme niet veranderd. In het hoofdstuk over depressie in Japan laat Watters zien, dat de overname van Westerse denkbeelden over psychische ziekten en gezondheid gestimuleerd wordt door de farmaceutische industrie. De eeuwige culturele golfbeweging wordt dan bewust gestuurd.

Problemen zullen er altijd zijn. Mensen zullen steeds andere manieren vinden om daar uiting aan te geven. Maar willen we echt dat de cultuurvrije, uitgeklede symptoomtaal van de biologische psychiatrie universeel wordt? Wat hebben we eigenlijk te verliezen?