Praten met psychose…maar hoe?

De (ver)bindende gesprekstechniek van psychiater Jules Tielens is geen truc om de patiënt zover te krijgen dat hij doet wat jij verstandig vindt. Het doel is vertrouwen te winnen en inzicht te krijgen in de motivatie van de patiënt.

Tielens gelooft dat er een hersenziekte bestaat die schizofrenie heet.* Hij gebruikt de termen psychose en schizofrenie zelfs door elkaar. In zijn boek: “In gesprek met psychose” beschrijft hij de manier waarop hij als dokter naar een psychose kijkt en probeert een vertaalslag te maken naar de ervaring van de cliënt.

Wat is een psychose volgens deze arts?

Een psychose is een stoornis in de realiteitstoetsing. Er zijn verschillende problemen:

  1. problemen in de betekenisgeving en het denken
  2. problemen in de waarneming
  3. problemen in het cognitief functioneren
  4. problemen in het emotionele leven.

Als lichamelijke oorzaak van psychose noemt hij de dopaminehypothese. Kritische psychiaters als Healy, Breggin en Moncrieff wijzen erop, dat deze niet door wetenschappers maar door medicijnfabrikanten gepromoot wordt. (Omdat de zogenaamde antipsychotica effect hebben op de neurotransmitters, zou daarmee bewezen zijn dat het dopaminesysteem bij psychose uit balans is. Vervolgens wordt dat als lichamelijke oorzaak van het probleem beschouwd. Schizofrenie is een hersenziekte. De sociale omstandigheden blijven volledig buiten beschouwing.)

Het zijn dus niet alleen de psychotische cliënten die met deze verklaring geen genoegen nemen. Over hen wordt wel gezegd dat 60% een ontbrekend ziektebesef heeft, dat volgens Tielens ook kan worden toegeschreven aan de ziekte.

Eerder in het boek lezen we dat het bij psychose niet gaat om de inhoud van de gedachten, maar om het denkproces. De psychiater moet met zijn cliënt in gesprek om erachter te komen hoe hij zaken beredeneert.

“U bent ziek en dat begrijpt u zelf niet,” is niet de meest handige binnenkomer.

Wat is een psychose volgens de cliënt?

“De psychiater moet dus eerst begrijpen, dan pas ingrijpen.” Citaat uit “In gesprek met psychose”, uitgeverij De Tijdstroom, 2012

De patiënt zou last kunnen hebben van:

  • teveel gedachten en associaties
  • slaapproblemen en nachtmerries
  • concentratieproblemen, problemen met leren en geheugen
  • overmatige spanning en stress
  • mislukte carrière
  • eenzaamheid en het verlies van vrienden

Met al die dingen zou de psychiater in principe kunnen helpen, maar als de cliënt geen vertrouwen in de hulpverlener heeft, gaat hij dat jou nooit vertellen.

Wat moet de hulpverlener wel/niet doen?

Net als psycholoog Martin Appelo gebruikt Tielens een bijzondere definitie van het begrip “motiveren”. Deze sluit aan bij Socrates, die zijn gesprekstechniek de vroedvrouwtechniek noemde. Motivatie kan groeien en gecultiveerd worden. En dat is een belangrijk doel van de verbindende gesprekstechniek.

“Motivatie is het naar boven krijgen van de overtuigingen en beweegredenen die in een patiënt zitten.” (citaat, zie hierboven)

Daarvoor is echte interesse nodig. De hulpverlener moet werkelijk tot verdieping en verbinding willen komen. Empathie is ook goed, maar niet te snel en teveel. De hulpverlener moet, afhankelijk van de situatie van de cliënt, kunnen adviseren, verleiden en directief optreden.

“Het is een spagaat om tegelijk dichtbij en persoonlijk, en professioneel en vakkundig te zijn. Dat kost oefening.” (citaat, zie hierboven)

De hulpverlener ziet zichzelf als iemand die het denken van de cliënt wil helpen optimaliseren. Hij denkt niet in syndromen, maar in symptomen. En hij begrijpt dat veel psychische problemen ook met praktische hulp verbeterd kunnen worden. Een woning, een baan en het doorbreken van het isolement waarin veel cliënten verkeren zijn van groot belang. Praktische ondersteuning kan parallel aan de gesprekken worden gegeven.

Kopen dat boek?

Als lezer krijg je zeker de indruk dat Jules Tielens weet waar hij het over heeft. Het boek staat vol met handige tips en de zoektocht naar het perspectief van de cliënt zal in de toekomst steeds belangrijker worden. De mensen waar dit boek over gaat zullen in de meeste gevallen niet op zoek gaan naar psychiatrische hulp. En als ze negatieve ervaringen hebben, zal het moeilijk zijn om hun vertrouwen te winnen. Ik vind het goed dat Tielens als uitgangspunt heeft dat de hulpverlener ‘echt’ moet zijn in zijn belangstelling en zijn betrokkenheid.

100% praktijk?

De poging om over een ingewikkeld onderwerp te schrijven met zo weinig mogelijk jargon en zoveel mogelijk heldere taal is goed. Maar heldere taal hoeft geen slordige taal te zijn en soms lijkt het of dit boek op een achternamiddag in elkaar is gestoken, tussen twee crises door. Het grotere probleem vind ik de ontbrekende wetenschappelijke basis. Hoe kun je als hulpverlener werkelijk oog hebben voor het perspectief van de cliënt als je tegelijkertijd meent dat termen als schizofrenie en psychose geen verdere uitleg nodig hebben dan de simpelste cliché’s van de marketingafdeling? Als de psychiater een vak heeft, als zijn achtergrondkennis iets toevoegt aan de verbindende gesprekstechniek (die iedereen kan leren), dan zal hij zijn visie moeten kunnen verdedigen. Jammer dat hieraan totaal geen aandacht wordt besteed.

 

*Wie dat ook gelooft, zou Mary Boyle’s  boek “Schizophrenia, a scientific delusion” moeten lezen. Het is gepubliceerd door Routledge in 1990. Mijn recensie staat hier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s