Dementie als gevolg van depressie?

“Depressieven meer kans op dementie”.

Het bericht staat op pagina 105 van Teletekst. Wie de moeite neemt om de pagina te lezen, merkt dat het bericht genuanceerder is dan de kop. Het gaat hier om een selecte groep depressieven, namelijk: “mensen die op latere leeftijd depressief zijn en van wie de klachten verergeren”.

Wat is er aan de hand? Moeten mensen met een depressie zich zorgen maken?

In het persbericht van het Erasmus Medisch Centrum staat:

“Bij oudere volwassenen zijn symptomen van depressie die gaandeweg toenemen duidelijker gelinkt aan dementie dan andere soorten depressie, misschien is dit een indicatie voor een vroeg stadium van de ziekte.”

 

Oké, in gewone mensentaal ging het onderzoek dus om een mogelijk verband tussen depressie en dementie (daar is al vaker naar gezocht) en de opzet was deze keer om een groep 55-plussers langere tijd te volgen, het verloop van hun depressie in kaart te brengen en dan te kijken wie er tekenen van dementie ging vertonen. Zonder de cijfers is het nog altijd moeilijk om erachter te komen wat het onderzoeksresultaat precies is.

We zoeken verder bij de bron: The Lancet.

Het hele artikel lezen kost ruim 35 dollar, dus we doen het met het uittreksel.

Hier is sprake van een groep van 3325 depressieve mensen (ze zijn depressief volgens de CES-D schaal die symptomen inventariseert) die gedurende een langere periode gevolgd is. De groep is onderverdeeld in vijf subgroepen.

Het onderzoeksresultaat van Teletekst, de verhoogde kans op dementie, geldt maar voor één van die vijf groepen. 

Dit is de orginele tekst:

“We identified five trajectories of depressive symptoms in these 3325 individuals, characterised by maintained low CES-D scores (low; 2441 [73%]); moderately high starting scores but then remitting (decreasing; 369 [11%]); low starting scores, increasing, then remitting (remitting; 170 [5%]); low starting scores that steadily increased (increasing; 255 [8%]); and maintained high scores (high; 90 [3%]). During 26 330 person-years, 434 participants developed incident dementia. Only the trajectory with increasing depressive symptoms was associated with a higher risk of dementia compared with the low depressive symptom trajectory, using model 2 (HR 1·42, 95% CI 1·05–1·94; p=0·024).” The Lancet, april 2016 “10-year trajectories of depressive symptoms and risk of dementia: a population-based study”

De vijf groepen waren:

  • lage scores (73%)
  • gemiddeld hoge beginscores [voor depressie] die gaandeweg lager werden (11%)
  • lage beginscores, die hoger werden en daarna weer lager (11%)
  • lage beginscores die daarna bleven stijgen (8%)
  • hoge beginscores die hoog bleven (3%)

 

Samenvattend: Hoe zit het nu met die verhoogde kans op dementie?

Acht procent van de 3325 ouderen; de groep met met lage beginscores op de test die daarna bleven stijgen, vertoonde een verhoogde kans op dementie. Van deze subgroep werd 22% dement. Voor de rest van de groep was dit 10%. Het gaat dus om 58 mensen uit de onderzochte groep, van wie ongeveer de helft volgens de onderzoekers toch al dement zouden zijn geworden.

Waarom werden ze vaker dement? Dat weten we niet. In de samenvatting staat dat depressie misschien een prodroom van dementie is. De cijfers, die wijzen op een correlatie tussen één bepaald verloop van een depressie en de kans op dementie, worden dan opeens geïnterpreteerd als een oorzakelijk verband.

Stel, we nemen een groep 65-plussers bij wie is ingebroken. Ter controle stellen we een groep met dezelfde leeftijd en kenmerken samen, bij wie niet is ingebroken. In de periode na de inbraak nemen we alle mensen halfjaarlijks een test af voor depressie. Dat houden we twee jaar vol. Eén subgroep is kort na de inbraak erg depressief, maar wordt gaandeweg beter. Een andere groep is aanvankelijk optimistisch, maar krijgt later te maken met slaapproblemen en die leiden tot een hogere score op de depressie-schaal. Dan is er nog een groep die zich na de inbraak onveilig voelt en blijft voelen. Zij scoren ook na twee jaar nog hoog op de depressieschaal. En als laatste hebben we een groep mensen die zich na de inbraak niet onveiliger voelt en geen slaapproblemen heeft. Hun testresultaten blijven gelijk. In onze controlegroep zijn natuurlijk ook mensen die depressief worden. We weten in dat geval de oorzaak niet, maar als de groep groot genoeg is gebeurt dat zeker.

Aan het eind van de testfase vergelijken we de groep bij wie is ingebroken met de groep bij wie niet is ingebroken. Wat blijkt? Bij de 65-plussers die te maken kregen met een inbraak is het aantal depressieven hoger. Die hebben dus een grotere kans om depressief te worden dan ouderen bij wie niet is ingebroken. Moeten we nu veronderstellen dat inbraak een prodroom is voor depressie? Misschien toch niet.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s