De onderzoeker neemt Haldol

“We konden niet mer lezen, telefoneren of huishoudelijke taken verrichten tenzij iemand ons specifieke opdrachten gaf. We voelden een grote angst en innerlijke rusteloosheid, in combinatie met een gebrek aan lichamelijke en geestelijke energie. We konden 36 uur lang niet werken.”
Beschrijving van de effecten van 5 mg Haldol (intraveneus) op twee onderzoekers. Belmaker en Wald schreven een brief naar de hoofdredacteur van het British Journal of Psychiatry, 1977

Volgens psychiatrische handboeken zijn de zogenaamde antipsychotica effectief bij acute psychose en moeten ze langdurig worden gebruikt om terugval te voorkomen. Deze medicijnen worden ook ingezet bij angst, depressie, manie, persoonlijkheidsstoornissen en ze worden aan onrustige demente bejaarden gegeven. Bij artsen zijn de middelen populair: volgens cijfers uit de VS gebruikten 3,4 miljoen mensen neuroleptica in 2004.

Bij gebruikers zijn ze zeer impopulair. Mensen met psychische problemen herkennen de ervaringen van Belmaker en Wald: de vertraging van het denken en bewegen, de initiatiefloosheid, de innerlijke onrust en de angst. Het lijkt erop dat de pillen precies hetzelfde effect hebben op mensen met en zonder psychische problemen.

Veel dokters geloven echter dat de medicijnen een verstoorde chemische balans herstellen. Er wordt zelfs gedacht dat de moderne atypische antipsychotica hersenschade voorkomen. Deze ideeën komen voort uit het medisch psychiatrische model, dat veronderstelt dat depressie, psychose en angststoornissen het gevolg zijn van een storing in de werking van de neurotransmitters, de boodschapperstoffen in de hersenen.

Kritische psychiaters als Joanna Moncrieff wijzen deze theorie af. Voor de aanwezigheid van een hersenziekte of een genetische ziekte als oorzaak van psychische problemen is overigens nooit fysiek bewijs gevonden.

Korte geschiedenis van de antipsychotica

De Franse artsen die (in de jaren ’50 van de vorige eeuw) als eerste chlorpromazine testten op patiënten, noemden het een neurolepticum; een geneesmiddel dat het zenuwstelsel bij de kladden greep. Het effect werd beschreven als kalmerend, bijvoorbeeld bij acuut delirium.

Chlorpromazine leidde volgens één onderzoeker tot een pathologische gemoedsrust. Het werd een major tranquillizer genoemd. Parkinsonachtige verschijnselen werden al door de eerste onderzoekers gerapporteerd:

“Ongeveer de helft van de patiënten was compleet geïmmobiliseerd. Je kon ze bewegen als houten poppen.” Flugel, 1956, geciteerd in: “The myth of the chemical cure.”

Chlorpromazine wordt (terecht) in verband gebracht met de patiënten in psychiatrische ziekenhuizen, die met hun voeten slepen en die nauwelijks contact hebben met hun omgeving. Na de ontdekking van het middel werden er minder mensen in de isoleercel opgesloten en vastgebonden, maar op de ziekte had het middel geen effect:

“De inhoud van de psychose werd op geen enkele manier beïnvloed. De schizofrene […] patiënten leden nog steeds onder wanen en hallucinaties, hoewel ze daar minder last van hadden.” Elkes & Elkes, 1954, geciteerd in: “The myth of the chemical cure.”

Medicijnen die in de beginjaren werden omschreven als chemische dwangbuis en zelfs als chemische lobotomie, kregen een tweede leven als specifiek geneesmiddel bij psychiatrische ziektebeelden. Tijdens deze metamorfose is het verhaal over de werking van de middelen radicaal veranderd.

Parkinsonisme en andere neurologische effecten werden daarna bekeken als bijwerkingen die niets te maken hadden met het werkingsmechanisme van het medicijn.”
Joanna Moncrieff, “The myth of the chemical cure”, Uitg. Palgrave Macmillan, Verenigd Koninkrijk, 2008

Pas toen de atypische antipsychotica op de markt kwamen gaf men toe dat de neurologische effecten, zoals tardive diskinesia, bij de oude antipsychotica toch wel heel vaak voorkwamen.

De nieuwe antipsychotica hadden volgens de juichverhalen in de media veel minder bijwerkingen. Ze zouden patiënten niet rustig houden, maar genezen. Dat verhaal wordt tot op de dag van vandaag herhaald, hoewel onderzoekers al snel ontdekten dat er geen basis was voor het enthousiasme:

“[…] het werd al snel duidelijk dat er weinig bewijs was voor een intrinsieke abnormaliteit van de dopamine activiteit bij mensen met de diagnose schizofrenie, behalve dan de abnormaliteiten die veroorzaakt werden door de dopamine-blokkerende drugs.”
Joanna Moncrieff, (zie hierboven)

De negatieve effecten van de medicijnen werden toegeschreven aan de ziekte, hoewel ze (deels) verdwenen als het medicijngebruik langzaam en zorgvuldig werd afgebouwd.

“Patiënten rapporteren vaak dat ze de middelen erger vinden dan de kwaal […] toch is daar in de psychiatrische literatuur maar weinig van terug te vinden.”
Peter Gøtzsche, “Deadly medicine and organised denial”, uitg. People’s Press, Kopenhagen, 2015

De ervaringen van de gebruikers

“Als een patiënt goed op de medicijnen reageert, ontwikkelt hij een houding van desinteresse, zowel ten opzichte van zijn omgeving als ten opzichte van zijn symptomen.” Psychiatrisch leerboek, geciteerd door Joanna Moncrieff (zie hierboven)

Marjorie Wallace, die bij een Britse telefonische hulplijn werkt, zegt:

“Bijna al onze bellers rapporteren dat ze zich afgescheiden voelen van de wereld, alsof ze achter een glazen scherm zitten. Hun gevoel is verdoofd, hun wilskracht is weggesijpeld en hun leven lijkt zinloos.”

Het gevoel van angst, gecombineerd met het onvermogen om in beweging te komen (zowel mentaal als fysiek) dat Belmaker en Wald rapporteerden, is voor cliënten heel herkenbaar. Ook een enorme achteruitgang van de cognitieve vermogens is een erkende bijwerking:

“Ik was niet in staat de eenvoudigste taak te verrichten of de simpelste aanwijzingen op te volgen.” Ervaring van een ex-psychiatrische patiënte die na haar verblijf in een ziekenhuis een baan probeerde te zoeken. “Shrink resistant”, Burstow & Weitz, New Star Books, Vancouver, Canada, 1988

Het kan nog erger: bij sommigen heerst de drang om voortdurend te bewegen, gecombineerd met hevige gevoelens van irritatie, ongeduld en agressie. Deze vrijwel onhoudbare staat van opwinding wordt door professionals akathisia genoemd.

De klachten over atypische antipsychotica zijn dezelfde als die over hun voorgangers. Alleen een onweerstaanbare drang om vet voedsel te eten is kenmerkend voor de nieuwe middelen.

Mede omdat het onderdrukken van het dopamine-neurotransmittersysteem leidt tot pogingen van het lichaam om de balans te herstellen, is het heel goed mogelijk dat gebruik van antipsychotica tot blijvende hersenschade leidt. Kritische psychiater Peter Breggin heeft daar veel over geschreven, onder andere in zijn boek “Toxic Psychiatry.”

Het effect van antipsychotica

“We weten niet hoeveel mensen beter zouden worden zonder behandeling met medicijnen. We weten niet hoe snel en hoevéél beter ze zouden kunnen worden.”
Joanna Moncrieff (zie hierboven)

Er is een dringende behoefte aan onderzoek naar niet-medicinale behandeling van mensen met psychische klachten. De weinige kennis die er is wijst erop dat het lange-termijnperspectief, bijvoorbeeld bij schizofrenie en depressie, beter is naarmate er minder medicijnen worden gebruikt. (Zie bijvoorbeeld Whitaker: “Anatomy of an epidemic”.)

Ook buiten de kring van de kritische psychiaters geeft men toe dat minstens 25% van de patiënten helemaal niet beter wordt van antipsychotica. Volgens een aantal onderzoekers werken benzodiazepinen even goed bij acute psychose als de zogenaamde antipsychotica. Studies over lange-termijngebruik van antipsychotica geven vaak alleen informatie over het vermijden van terugval. Er wordt niet gekeken naar sociaal functioneren, of mensen kunnen werken en wat ze zèlf vinden van het effect van de medicatie.

Volgens Whitaker, die heeft berekend hoeveel mensen met psychische klachten in de VS een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen, zijn de resultaten voor langdurig gebruik van atypische antipsychotica bedroevend – en niet alleen vanuit het perspectief van de cliënt. Toch is het moeilijk om gehoor te vinden als mensen een andere behandeling willen:

“Professionals in de zorg zijn extreem terughoudend om mensen te laten stoppen met medicatie. Antipsychotica worden dus blijvend gebruikt, tenzij mensen tegen medisch advies in besluiten om te stoppen.” Joanna Moncrieff (zie hierboven)

Waarschuwing: Het acuut stoppen met antipsychotica kan ertoe leiden dat de oorspronkelijke problemen in verhevigde vorm terugkomen. Het wordt door alle deskundigen afgeraden om onvoorbereid te stoppen met psychofarmaca. Peter Breggins boek “Your drug may be your problem” geeft advies.

 

Advertenties

2 gedachtes over “De onderzoeker neemt Haldol

  1. Ik vind het echt heftig wat medicatie wel of niet kan doen en dan dat zo’n arsten het voor blijven schrijven ondanks dat er bekend is dat het eigenlijk niet echt werkt… Eigenlijk is er naar al die middelen maar zo weinig onderzoek gedaan.. Niemand weet ook eigenlijk echt wat de gevolgen van regelmatig gebruik op de langere termijn zijn. Tijdje terug was ook zoiets op tv over antidepresiva waar ik echt van schrok en ikzelf slik methylfenidaat waar ik absoluut beter door kan functioneren, maar ergens maak ik me ook wel een beetje zorgen over dat wat het met mijn brein doet op de langere termijn.. Weet je daar toevallig ook iets over?

    Like

    1. Dank je voor je reactie, Martha. Wat jij beschrijft is eigenlijk het grootste probleem van het medicijngebruik. Er is geen betrouwbaar onderzoek over de gevolgen op de lange termijn. De meeste onderzoeken naar medicijnen beschrijven een periode van 4 tot 6 weken en zijn bedoeld om het medicijn goedgekeurd te krijgen of om het te vergelijken met een ander middel. Die onderzoeken worden in opdracht van de medicijnfabrikanten gedaan. Er zou veel meer onderzoek moeten worden gedaan in het algemeen belang, dat wil zeggen in het belang van mensen die de medicijnen gebruiken. Als je zelf medicijnen gebruikt is de afweging of ze voor jou nuttig zijn in je dagelijkse functioneren de allerbelangrijkste, denk ik. Aan (vage) beloften voor de toekomst heb je niet zoveel. Als het om ADHD gaat is het boek van Trudy Dehue “Betere mensen” misschien interessant om te lezen. Mijn belangrijkste gedachte bij dit blog is dat er altijd gekeken moeten worden naar de individuele mens. Het gaat dus speciaal om jou, om jouw achtergrond, jouw situatie, jouw plannen voor de toekomst. In de psychiatrie zijn geen standaardproblemen en geen standaardantwoorden, denk ik. Er zijn dus hulpverleners nodig die dat erkennen. Dat is mijn mening.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s