Dwang verstoort de balans

“Omdat macht corrumpeert, moet er een machtsbalans zijn in menselijke relaties. In de psychiatrie zijn gedwongen opgenomen patiënten volkomen machteloos.”

Peter Gøtzsche,  “Deadly psychiatry and organised denial”, Uitgeverij People’s Press, Kopenhagen 2015

Gøtzsche noemt mensen die tegen hun wil zijn opgenomen in een psychiatrische inrichting patiënten. Als blogger kies ik daar niet voor. Het gebruik van het woord patiënt suggereert dat er sprake is van een medische behandeling. In mijn ogen kan een gedwongen opname nooit onderdeel zijn van een medische behandeling. Dat blijkt al uit de naam van de wet die medische behandelingen regelt: de WGBO, de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Bij een overeenkomst is er sprake van een aanbod dat wordt aanvaard. Bij gedwongen opname en behandeling is sprake van een aanbod dat niet geweigerd kan worden. Dat klinkt als een contradictie en dat is het ook.

Cliënten ervaren gedwongen opname en gedwongen behandeling vaak als een vorm van marteling, schrijft Gøtzsche. De goede bedoelingen van de behandelaars werken daarbij contraproductief, overeenkomstig het citaat van C.S. Lewis:

“[…] zij die ons kwellen voor onze bestwil, kwellen ons zonder einde […]”

Dwang als vorm van zorg?

Maar wat als de persoon niet kan zeggen of hij het behandelaanbod accepteert? Mogen we dan niet aannemen dat de arts de verantwoordelijkheid overneemt en doet wat de patiënt zelf gedaan zou hebben?

Het probleem in de psychiatrie is dat de beleving van de arts en die van de cliënt totaal verschillend zijn. Als iemand bloedend op straat ligt en niet kan spreken, mag de hulpverlener veronderstellen dat diegene zou willen dat zijn wonden worden verzorgd. Maar in het geval van dwang staan de wens van de arts en die van de patiënt per definitie lijnrecht tegenover elkaar. Om dwang te rechtvaardigen moet je aannemen dat de mening van de arts meer waard is dan die van de patiënt. (En dat de patiënt dat later ook zal inzien.) Veel ervaringen uit de praktijk weerspreken dit. De opvang die verwarde mensen krijgen sluit niet aan bij hun wensen en dwang veroorzaakt trauma. De vertrouwensband tussen arts en cliënt wordt er vaak blijvend door beschadigd.

Je zou misschien zeggen: de arts heeft meer macht, maar die heeft er ook voor doorgeleerd. Dat klopt, maar bij alle andere medische specialismen is dat irrelevant. Als iemand met kanker meent dat keukenzout het beste medicijn is, heeft hij het recht om alle reguliere vormen van behandeling te weigeren. Dat vinden we heel vanzelfsprekend.

Is het dan niet logisch dat ook mensen met een psychiatrische diagnose de competentie hebben om beslissingen te nemen over hun behandeling?

“Ik ben ervan overtuigd dat dat iedereen competent is om behandeling met psychofarmaca   en elektroshock (ECT) te weigeren, vooral wanneer men daar al ervaring mee heeft.” Peter Gøtzsche, zie hierboven.

Het is mogelijk dat mensen vooraf vastleggen welke behandelingen ze afwijzen. Dat kan bijvoorbeeld via een behandelverbod.

Het verband tussen dwang en eenheidsworst

De psychiatrie heeft een standaardantwoord op alle vormen van ontreddering: hoge doses psychofarmaca. Volgens psychiaters zijn dat middelen die zijn toegesneden op de diagnoses in de DSM. Een anti-psychoticum werkt dus tegen psychose, een anti-depressivum tegen depressie en een anxiolyticum tegen paniek. Behandeling met deze medicijnen is in de praktijk vaak een one-size-fits-all:

“Uit een enquête in psychiatrische ziekenhuizen in het Verenigd Koninkrijk bleek, dat 98-100% van de mensen die opgenomen waren medicijnen voorgeschreven kreeg, vaak meerdere soorten tegelijk.”

Joanna Moncrieff, “The myth of the chemical cure”, Uitg. Palgrave Macmillan, Verenigd Koninkrijk, 2008

Buiten het ziekenhuis ging het om 90% van de cliënten. Het innemen van medicijnen met ernstige bijwerkingen is vaak een voorwaarde om toegang te krijgen tot andere vormen van zorg, woonruimte en financiële ondersteuning.

In het machtsspel van de psychiatrie worden alle vormen van verzet tegen de behandeling vaak uitgelegd als het ontbreken van ziekte-inzicht. Als je daar goed over nadenkt, betekent het dat een psychiatrische diagnose mensen machteloos maakt, ook op de lange termijn.

Dwang en het behandelaanbod

Als we vormen van dwangbehandeling afschaffen zou de hulpverlening bij psychische klachten rekening gaan houden met de wensen van de cliënten. Telefoneren, lezen en wandelen zijn dan geen privileges meer, maar onderdeel van een vrij te kiezen programma met een ruim therapeutisch aanbod, naast vormen van kunst, toneel, muziek, sport, educatieve en arbeidsmogelijkheden.

In 2013 rapporteerde een Europese Commissie in het kader van het verbod op marteling (CPT) dat patiënten in psychiatrische ziekenhuizen soms met opzet slecht behandeld worden. Mensen worden in hun fysieke bewegingsvrijheid beperkt omdat personeel vindt dat ze zich misdragen of omdat men een gedragsverandering wil afdwingen.

Gebrek aan personeel wordt in de praktijk vaak gebruikt als excuus voor de toepassing van dwangmedicatie en andere vrijheidsbeperkende maatregelen. Dat is een ramp, want het personeelsgebrek in de psychiatrie bestaat al 150 jaar. Afschaffing van alle vormen van dwang is een voorwaarde om te komen tot een behandelaanbod dat recht doet aan de wensen van cliënten in de psychiatrie.

Waarom die weerstand tegen psychofarmaca?

Vanuit het cliëntenperspectief zijn psychofarmaca geen onmisbare medicijnen. En er zijn maar twee soorten: stimulerende middelen (antidepressiva, ritalin) en verdovende middelen (antipsychotica, slaapmiddelen). Beide hebben hinderlijke, soms blijvende en levensgevaarlijke bijwerkingen. De inzichten van psychiaters en cliënten lijken dus onverenigbaar, maar is dat ook zo?

Kritische psychiater Joanna Moncrieff stelt voor dat psychiaters samen met cliënten kijken naar de effecten van medicijnen. Ze kunnen dan kortdurend worden gebruikt als een hulpmiddel bij geestelijke problemen. De positieve en negatieve effecten van het medicijn (in de beleving van de gebruiker!) worden dan tegen elkaar afgewogen om tot een verantwoorde keuze te komen.

In een blog uit 2013 maakt ze onderscheid tussen de traditionele manier om naar psychofarmaca te kijken (als medicijn voor een ziekte) en de mogelijkheid om psychofarmaca te vergelijken met (andere) drugs:

Psychofarmaca als medicijn voor een specifieke ziekte

  • corrigeren een abnormale toestand in het brein
  • zijn medicijnen ter behandeling van een specifieke ziekte
  • dragen bij aan de genezing van die ziekte
  • werken als insuline bij diabetes

Psychofarmaca als (recreatieve) drugs

  • creëren een abnormale toestand in het brein
  • zijn psychoactieve middelen (zoals alcohol of speed)
  • de werking komt voort uit het effect van de drugs op het gedrag en de emoties van de gebruiker
  • werken als alcohol bij verlegenheid in sociale situaties

Een nieuw paradigma voor medicijngebruik in de psychiatrie. Wat heeft dat te maken met gedwongen behandeling?

Alles: in een psychiatrie zonder dwang wordt de machtsbalans tussen cliënt en psychiater hersteld om te komen tot een echte behandelovereenkomst. Het model van Moncrieff doet recht aan de wensen en de ervaringen van de cliënt en past daarom uitstekend in de nieuwe benadering.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s