The myth of mental illness herlezen

“The old quacks peddled fake cures, the new ones peddle fake diseases.” (vrij naar Thomas Szasz)

Thomas Szasz ging psychiatrie studeren om het beroep te ontmaskeren. Het woord anti-psychiatrie was hem te vriendelijk; dat suggereert dat psychiatrie iets is, waar je tegen kunt zijn. Dat was in de ogen van Szasz teveel eer voor een onderdeel van de medische wetenschap dat geboren is uit de misvatting dat psychische ziekten ‘net als andere ziekten’ zijn.

Juist die opmerking maakt Szasz’ kritiek hoogst actueel. Vorige week kreeg de acteur Stephen Fry n0g alle ruimte om bij de BBC uit te leggen dat manische depressiviteit, een ziekte die volgens de nieuwe, verruimde diagnose ‘bipolair’ wordt genoemd, meer aandacht verdient. Erkenning van bipolariteit als ‘echte ziekte’ zou volgens Fry het stigma verminderen. Een raar idee: eerst een etiket op mensen plakken en dan campagnes financieren waarin het publiek wordt voorgelicht dat zoiets helemaal niet erg is. Zouden we niet beter kunnen stoppen met labelen?

Hoe weten we eigenlijk dat we met een echte ziekte te maken hebben? Szasz gaat terug naar de oorsprong. De ontdekking van spirocheten in de hersenen van overleden syfilispatiënten zette artsen op het spoor van afwijkend gedrag als gevolg van een (hersen)ziekte. Het aanvankelijke enthousiasme heeft in de afgelopen 50 jaar echter niet tot grote ontdekkingen geleid. Er zijn veel nieuwe medicijnen op de markt gekomen, maar de oorsprong en diagnose van psychiatrische ziekten blijft in nevelen gehuld. Volgens Szasz vanwege een verkeerd uitgangspunt:

“De criteria voor het gedrag dat als abnormaal geldt zijn cultureel, ethisch, religieus en wettelijk, niet medisch of wetenschappelijk. Het is daarom a priori absurd om alle abnormale gedragingen te verklaren door ze toe te schrijven aan een hersenziekte.”

Een groot deel van het boek is een poging om dit soort begripsverwarring bloot te leggen en op te helderen. Szasz doet dat op een arrogante toon, die sommigen als aanleiding hebben gebruikt om zijn argumenten dood te zwijgen.

“Als geestesziekten ziekten van het centraal zenuwstelsel zijn (bijvoorbeeld parese) dan zijn het ziekten van de hersenen, niet van de geest; en als ze de naam zijn van (wan)gedrag (bijvoorbeeld het gebruik van illegale drugs) dan zijn het gedragingen, geen ziekten.”

Volgens Szasz en een reeks moderne critici hebben vooral de staat, de psychiaters en de pillenfabrikanten belang bij de erkenning van psychiatrische ziekten. Voor de patiënt levert de diagnose in veel gevallen een gedwongen opname en behandeling op. Szasz wil psychiaters die macht ontnemen. Hij wijst erop dat patiënten met lichamelijke ziekten zich vaak zelf bij de dokter melden, terwijl bij zogenaamde geesteszieken de omgeving afwijkend gedrag vaststelt.

“Hoe wordt (ongewenst) gedrag omgezet in een (geestes-)ziekte? Door de “wetgevende” macht van de Amerikaanse Psychiatrische Vereniging (APA). Het wetgevend orgaan van de vereniging bereikt overeenstemming dat gokken, bijvoorbeeld, een ziekte is en vervolgens is Pathologisch Gokken een ziekte.”

The myth of mental illness verscheen in 1961, maar pathologisch gokken is een blijvertje. In de huidige editie van de DSM heet de ziekte gokstoornis en zijn de criteria verruimd, waardoor meer mensen de diagnose kunnen krijgen. Dat laatste is kenmerkend voor de moderne psychiatrie. Waar ooit deviant gedrag aanleiding was voor een verwijzing naar de psychiater, is er nu een duidelijke trend naar vroegdiagnostiek. Dat zou zinnig kunnen zijn als psychiatrische behandeling tot genezing leidde en als vroege opsporing de kans om chronisch ziek te worden zou verminderen. Wie Whitakers boek Anatomy of an Epidemic leest, kan zelf uit de cijfers opmaken dat dit niet het geval is. Het aantal mensen met een chronische psychiatrische aandoening dat als gevolg daarvan niet kan werken, neemt alleen maar toe.

“De waarheid is, dat ik psychiaters de macht heb willen ontnemen om competente volwassenen die zij geesteszieken noemen tegen hun zin in een ziekenhuis op te sluiten of te behandelen. Mijn critici hebben dit voorstel geïnterpreteerd als een poging om competente volwassenen het recht of de kans te ontnemen om psychiatrische hulp te zoeken of te ontvangen.”

Szasz’ stelt voor om psychotherapie uit het medische circuit te halen. Gesprekken met een therapeut die deviant gedrag als een vorm van communicatie ziet zouden een aanzet kunnen geven tot persoonlijke groei. Het is niet nodig om iemand eerst ziek te verklaren. Voorwaarde is, dat gesprekken plaatsvinden op verzoek van de cliënt, dat er een contract is tussen cliënt en therapeut zonder invloed van de regering of de verzekeraars, die maatschappelijke en economische belangen vertegenwoordigen. Dat voorstel past uitstekend in de nieuwe antipsychiatrische trend, waar hulpverleners aan zichzelf durven twijfelen, terwijl cliënten steeds meer behoefte hebben aan autonomie. Het is dus een goed moment om deze klassieker te herlezen.

 

Advertenties