Euthanasie-examen bij de Levenseindeklinkiek

De moeder van de cliënt keek handenwringend naar het tafelblad. De cliënt zat in een spagaat: als hij de huisarts zou vertellen hoe graag hij dood wilde, zou die hem laten opnemen. Dat mag, volgens de Wet Bopz. Eén van de belangrijkste criteria is het afwenden van gevaar voor de persoon zelf. Terwijl het doen van een zelfmoordpoging in Nederland niet wettelijk verboden is, gelden er andere criteria voor mensen met aantoonbare psychische problemen. Dat komt ook duidelijk naar voren in de euthanasiepraktijk.

“De documentaire Levenseindekliniek is een monument voor de euthanasiepraktijk.”

Tenminste, dat zegt de Levenseindekliniek. In de documentaire is te zien hoe het werkt. De cliënt doet een schriftelijk verzoek. Hij maakt duidelijk dat zijn eigen huisarts of specialist niet wil helpen. Dan krijgt hij een gesprek met een arts van de Levenseindekliniek. Die gaat bepalen of het euthanasieverzoek invoelbaar is.

Verpleeghuisarts Roëlle Dijkman in Medisch Contact:

‘Ik ben empathisch […] Het kan zijn dat ik veel als “goed” beoordeel waar een ander wellicht strenger is. Eigenlijk zou een deel van de patiënten niet voor de test moeten slagen, als je het zo kunt noemen. Maar ik wil mensen ook niet laten zakken. Ik weet hoe belangrijk het voor hen is.’

Een euthanasieverzoek is dus een soort examen. Het doel van het gesprek is niet dat de verzoeker duidelijkheid krijgt over zijn wens, maar dat hij de aanwezige arts overtuigt van de uitzichtloosheid en de ondraaglijkheid van zijn lijden. In de geldende praktijk is invoelbaarheid een belangrijk criterium, dat wil zeggen, de vraag of de arts zich kan inleven in de situatie van de patiënt. Vooral bij psychisch lijden is dat niet vanzelfsprekend zegt Dr. Donald van Tol, onderzoeker bij de RUG:

“Eén van de redenen zou kunnen zijn dat lichamelijke pijn makkelijker invoelbaar is dan psychische. Die invoelbaarheid is belangrijk bij de totstandkoming van draagvlak en een arts moet persoonlijk achter zijn keuze staan. […] Daarnaast staat de uitzichtloosheid van psychisch lijden vaker ter discussie. […] Mensen hebben sneller het idee van: kom op, misschien is het volgend jaar wel weer over.”

Het euthanasie-examen wordt door de cliënt ook als een test beleefd. “Dokter, bent u ervan overtuigd dat ik ondraaglijk lijd?” Als de dokter “Ja”, zegt, wordt de rechtmatigheid van het verzoek bevestigd. De dokter is immers op de hoogte van de wet- en regelgeving en hij beoordeelt het verzoek. Dat kan ook helpen om geliefden en familie gerust te stellen. Het euthanasieproces wordt door de arts als het ware geprofessionaliseerd.

“Is deze vorm, de procedure waarin de cliënt slechts éénderde van het verhaal vertegenwoordigt (de andere delen zijn de mening van de behandelaar en het dossier) geschikt voor het beantwoorden van de euthanasie-vraag in geval van psychisch lijden?”

In de Levenseindekliniek staat de dokter centraal. Impliciet wordt aangenomen dat wie zich daar meldt het voorwerk al heeft gedaan. Wie een “Nee”, krijgt, voelt zich afgewezen, niet erkend, misschien zelfs niet gezien.

De stem van de cliënt verdient meer ruimte. De rol van de arts verandert dan mee. Hij is niet meer de verantwoordelijke voor de zorgvuldigheid, de beoordelaar en de uitvoerder van de euthanasie. De arts  geeft advies over de medische kant van het verhaal. Hij maakt waar nodig een inschatting van de wilsbekwaamheid van de cliënt. (Dat is belangrijk om zeker te weten dat de beslissing niet impulsief is, veroorzaakt door acute omstandigheden van voorbijgaande aard. Ook in geval van depressie kan de gedachte aan zelfdoding een impuls of een obsessie zijn.) De verantwoordelijkheid voor zowel de beslissing als de uitvoering van de euthanasie komt echter volledig bij de cliënt terecht. Die zal dus niet langer de arts, maar in plaats daarvan zichzelf moeten overtuigen.

Voor- en tegenstanders beschrijven dat in de praktijk het criterium van ondraaglijk en uitzichtloos lijden steeds vaker vervangen wordt door de wens tot zelfbeschikking:

“Er is een verschuiving merkbaar van terminale naar niet-terminale ziekten. Van ondraaglijk en uitzichtloos lijden naar zinloos leven. Van pijn naar afhankelijkheid. Velen willen euthanasie als ze dement worden, in een rolstoel terechtkomen, naar een verpleeghuis moeten, afhankelijk worden van anderen, niet meer kunnen praten, niet meer kunnen genieten. Als ze hun leven als voltooid beschouwen.”

De euthanasiepraktijk in de Levenseindekliniek is niet meer van deze tijd. De arts is allang niet meer de enige bron van informatie. Hij stelt zijn diagnoses in dialoog met de patiënt, hij biedt verschillende behandelingen aan en wijst waar nodig op alternatieven. De behoefte aan autonomie is enorm toegenomen. Een nieuwe euthanasiepraktijk, waarbij mensen niet alleen worden gelaten met hun afweging, maar wèl de vrijheid hebben om zelf te beslissen, hoort daarbij. Die vrijheid gaat vergezeld van verantwoordelijkheden, zowel voor de cliënt als voor zijn geliefden en familie. Zelfbeschikking verwezenlijken is moeilijker dan het lijkt. Het is daarom belangrijk dat de cliënt zelfstandig, maar niet in absolute eenzaamheid hoeft te beslissen. Daar kan de arts een ondersteunende rol bij spelen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s